Tips
De 7 meest voorkomende verboden clausules in huurcontracten
Wist je dat sommige bepalingen in je huurcontract juridisch niet geldig zijn? Wij zetten de meest voorkomende op een rij.
Bijgewerkt: oktober 2026
Je leest je contract en bij sommige regels fronst je wenkbrauwen: "huisdieren verboden", "verhuurder mag altijd binnenkomen", "boete per overtreding". Niet elke zware formulering houdt stand. Dit zijn zeven bepalingen die vaak vragen oproepen.
Veel regels in het huurrecht voor woonruimte zijn dwingend recht: de wet gaat dan boven het contract. Een bepaling die ten nadele van de huurder afwijkt, is dan nietig of kan buiten toepassing blijven, ook als je hebt getekend. Bij consumenten toetst de rechter bovendien ambtshalve of een beding oneerlijk is (Richtlijn 93/13).
Kort uitgelegd
Regelend recht mag je samen anders afspreken. Dwingend recht niet. Het huurrecht voor woonruimte bevat veel dwingende regels, maar niet alles. Daarom is de context van elke bepaling belangrijk.
1. Het absolute huisdierverbod
Veel standaardcontracten bevatten een verbod op huisdieren. Een verbod mag een legitiem doel dienen, zoals het voorkomen van schade of overlast, maar mag niet verder gaan dan nodig. Een absoluut verbod zonder enige uitzonderingsmogelijkheid kan het evenwicht verstoren en is kwetsbaar. Een verbod op huisdieren die overlast of schade veroorzaken, met ruimte voor toestemming, is eerder houdbaar. Lees ook ons artikel over huisdieren in een huurwoning.
2. Onbeperkt toegangsrecht voor de verhuurder
Een beding waarmee de verhuurder altijd naar binnen mag, raakt je huisrecht. Controle op redelijke tijden en na aankondiging kan toelaatbaar zijn. Een onbeperkt toegangsrecht, of een boete op het weigeren van elke controle, kan oneerlijk zijn.
3. Alle onderhoud voor de huurder
De huurder doet de kleine herstellingen op eigen kosten (art. 7:217 BW, Besluit kleine herstellingen). Overige gebreken komen voor rekening van de verhuurder. Een beding dat groot onderhoud of de vervanging van installaties bij de huurder legt, is nietig voor zover het ten nadele van de huurder afwijkt.
4. Een verbod om je in te schrijven
Een hoofdverblijf- en inschrijvingsplicht voor de huurder is gebruikelijk. Een contract dat je juist verbiedt om je op het adres in te schrijven, is een rode vlag. Het kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld toeslagen en je administratie, en het wijst soms op een verhuursituatie die niet in orde is. Laat zo'n bepaling eerst beoordelen voordat je tekent.
5. Een minimale huurperiode, of tussentijds opzeggen
Dit gaat vaak mis. Bij een contract voor bepaalde tijd kunnen partijen volgens art. 7:271 lid 1 BW niet tussentijds opzeggen. Na afloop loopt het contract voor onbepaalde tijd door met huurbescherming. Bij een contract voor onbepaalde tijd kan de huurder altijd opzeggen, met een opzegtermijn van minimaal een en maximaal drie maanden. Een langere opzegtermijn voor de huurder is nietig.
6. Boetes zonder grens
Een boetebeding in een consumentenhuurcontract wordt streng getoetst. Een oneerlijk boetebeding wordt niet gematigd, maar volledig buiten toepassing gelaten. Een ongelimiteerde boete per dag, of een boete bovenop volledige schadevergoeding, is een rode vlag.
7. Bemiddelingskosten voor de huurder
Een beding dat bemiddelingskosten bij de huurder legt, is nietig (art. 7:264 BW). Een bemiddelaar mag niet zowel de verhuurder als de huurder kosten in rekening brengen. Heb je zulke kosten betaald? Vraag advies over terugvorderen en over de termijn die daarvoor geldt.
Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies. Regels veranderen en jouw situatie kan afwijken. Twijfel je? Vraag advies aan een jurist, het Juridisch Loket of de Huurcommissie.
Twijfel je over jouw contract?
Veel clausules zijn subtiel verwoord. Laat je contract lezen en zie welke passages aandacht vragen.
Check mijn huurcontractDe eerste check is gratis. Het volledige rapport kost eenmalig €9,99. HuurCheckie is een hulpmiddel en geen juridisch advies.